Lumière du jour

Hoop, geloof & liefde in tijden van chaos en onzekerheid.

 

Programma

Un beau baiser - Louis Andriessen 
Trois chansons - Claude Debussy
Ciel, air et vents - Rudolf Escher
Prière - Ton de Leeuw
Psaume 121 - Daan Manneke
Salve Regina - Josquin des Prez
Trois chansons - Maurice Ravel
Calme des nuits - Camille Saint-Saëns
Ave Maria - Ludwig Senfl
Miserere mei - Jan Pieterszoon Sweelinck

 

Concerten

20 november 2021 Wijkcentrum Bakermat, van Nispenstraat 139, Arnhem, tijd 20:00
21 november 2021 St. Janskerk, Nieuwstadskerksteeg 2, Zutphen, tijd 15:30

 

Toelichting
In dit zeer gevarieerde Frans-Nederlandse programma zingen we stukken rond de thema’s hoop, geloof en liefde in tijden van chaos en onzekerheid. Thema’s die passen bij de Corona crisis, waar we langzaam en (on)zeker uit geraken.

Als eerbetoon aan de dit jaar overleden componist Louis Andriessen (1939-2021) zingen we zijn lieflijke Un beau baiser uit zijn derde opera George Sand (1980). De tekst is een gedicht van Alfred de Musset (1810-1857). Door de pandemie hebben we in de afgelopen tijd noodgedwongen fysiek afstand moeten nemen van andere mensen. Terwijl juist de aanraking van geliefden troost biedt in moeilijke tijden.

In de Trois chansons de Charles d’Orléans (1898-1908) verklankt Claude Debussy (1862-1918) de rampspoed die Karel van Orléans (1394-1465) heeft meegemaakt in zijn leven. Kinderloosheid, het overlijden van zijn grote liefde terwijl hij in gevangenschap zat en de barre periode met extreem koude en lange winters in de 15e eeuw zijn de thema’s in de drie liederen.

In Ciel, air et vents (1957) van Rudolf Escher (1912-1980) worden drie gedichten van Ronsard (1524-1585) verklankt. Ronsard zette zich in voor de klassieke poëzie in het Frans en in deze drie gedichten komen de thema’s liefde en natuur naar voren die verwijzen naar Arcadië, een utopisch land vol bloemen, fruit en bossen, helder water, vogelzang en een eeuwige zomer.

Prière (1964) is een vroege compositie van Ton de Leeuw (1926-1996). De tekst is ontleend aan de Koran. De lofprijzingen en de smeekbeden voegen zich steeds weer rond de uitroep Seigneur. In tijden van Corona biedt het geloof een belangrijk houvast.

Psaume 121 (1962) is een prachtige jeugdcompositie van Daan Manneke (1939). Het is zijn meest uitgevoerde werk. Zelf noemt hij de compositie beginnersgeluk. Het is het lied van een pelgrim die met een onwankelbaar vertrouwen op weg gaat, omdat God hem bij zal staan. Een inspiratie voor ons in deze onzekere tijden, waar hoop en vrees elkaar voortdurend afwisselen. Manneke studeerde compositie bij Ton de Leeuw en is sterk beïnvloed door Olivier Messiaen.

Het Salve Regina (1521 eerste publicatie), één van de mooiste motetten van Josquin (1440?-1521), is gebaseerd op een gregoriaans Maria-antifoon. Josquin, 500 jaar geleden gestorven en bij wijze van spreken de Bach van de renaissance, wist ook wel raad met de getallensymboliek. Het aantal noten van de cantus firmus (quinta vox: Salve) is precies 100 wat herleid kan worden tot het getal 10 als symbool van Jezus. De tragiek wordt versterkt door herhaalde aanroepingen bij ad te clamamus en de dalende lijn van misericordes.

De Trois chansons (1914-1915) van Maurice Ravel (1875-1937) zijn het product van de worsteling die Ravel ondervond om in het Franse leger te komen ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Ravel die kampte met een slechte gezondheid schreef zelf de tekst en droeg deze op aan hooggeplaatste personen in Frankrijk om zodoende een plek te bemachtigen in het Franse leger.

In Calme des nuits (1882) legt Saint-Saëns (1835-1921) het contrast tussen bezinning en rumoer vast. Dit zou je kunnen zien als een metafoor voor de stilte van en de bezinning in de lockdown en de chaos in de buitenwereld in de strijd tegen het Corona virus.

Veel van Senfl's werk getuigt van een diep begrip van de stijl van de oudere, baanbrekende Josquin. Geen enkel stuk van Ludwig Senfl (1486?-1542/43) gaat zo ver als zijn Ave Maria (1537 eerste publicatie). In deze parodiemis verwerkt Senfl vrijwel alle materialen van Josquins motet. Maar hij breidt het stuk uit in lengte en in meerstemmigheid (zes in plaats van vier in het origineel van Josquin). Het stuk eert en viert Josquin en zijn motet, terwijl het tegelijkertijd een absoluut nieuw kunstwerk is.

Dat de meest aangrijpende muziek betrekking heeft op het lijden wordt bevestigd in de schijnbare eenvoud van deze dubbelcanon Miserere mei (1618) van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621).